Aardbeien uit eigen tuin : groei en bloei 

.

Plantkundig: 
De aardbei behoort tot de familie van de Rosaceae, het geslacht "Fragaria" en de soort  " x ananassa".De soortnaam wijst er dus op dat onze zomer-aardbei eigenlijk een kruising is van twee wilde, ingevoerde aardbeirassen. 

De eerste wilde soort, Fragaria virginiana, werd bij ons in de 17de eeuw ingevoerd uit Noord-Amerika (vandaar ook de naam Fragaria americana). Later werd van uit Chili de grootvruchtige Fragaria chiloensis naar Europa overgebracht.  Door kruising van Fragaria virginiana met Fragaria chiloensis ontstond nog een belangrijke stamhouder, namelijk Fragaria x ananassa. Door deze aardbei opnieuw te kruisen met de ons aller bekende bosaardbei zijn er later dan ook de doordragende rassen ontstaan.

Het Europese rassenassortiment is uit deze soort ontstaan. Door kruising en veredeling zijn verschillende rassen ontstaan. Van al deze rassen is het meest geteelde ras door de beroepstuinder het ras Elsanta (waarschijnlijk voor 90% of meer). Het is en blijft een ras dat grote aardbeien levert en een hoge productie. En indien je ervoor zorgt dat de aardbeien voldoende kunnen rijpen aan de plant en voldoende zon kregen dan zijn ze zeker en vast ook wel smakelijk.

Enige nadeel van dit ras is de grote gevoeligheid voor wortelziekten, maar het dient gezegd indien je ervoor zorgt dat de aardbeien slechts één keer in de vijf à zes jaar terugkeren op hetzelfde perceel, dan zijn er daarmee ook geen problemen.

Fruit of groente? 
Alhoewel aardbeien dikwijls als fruit beschouwd wordt, passen wij de teelt van aardbeien beter in in onze groentetuin. Op die manier kunnen wij beter de noodzakelijke vruchtafwisseling voorzien.

Vruchtafwisseling: 
Voor de liefhebber kunnen wij streven naar een teelt waar wij twee jaar na elkaar van oogsten. 
Het is tevens beter de helft van de aardbeien te vervangen en op die manier steeds éénjarige en tweejarige aardbeien te kunnen oogsten. 
Bij de eerste oogst kunnen we namelijk grotere vruchten oogsten dan bij de tweede oogst.

Bij de tweede oogst zijn de vruchten talrijker, maar kleiner. Wel moet ervoor gezorgd worden dat er na de eerste teelt een grondige opruimingsbeurt van het oude veld gebeurt.


De grondeisen: 
Een goed ontwaterde, ietwat lichtzure grond. Bekalking voorafgaand aan de teelt van aardbei is dan ook meestal niet nodig. 
Aardbeien kunnen in de winter absoluut geen stilstaand water rond e wortels verdragen. 
Daarom kweken wij ook graag op licht verhoogde (20cm) bedden.


Bemesting: 
Organische bemesting: 
De organische bemesting zoals stalmest of champost geven we aan de voorteelt of het najaar voordien. 
We gebruiken bijvoorbeeld 10kg/m2 stalmest of 4kg/m2 champost.

Gedroogde organische meststof: 
Indien we door de voorteelt in het onmogelijke verkeren om één maand vooraf met scheikundige meststoffen te bemesten kunnen we ook gebruik maken van gedroogde organische meststoffen.


De elementen :

Kalium of potas: 
Dit element wordt op lichte gronden nogal eens verwaarloosd! Op lichte gronden spoelt kalium namelijk heel gemakkelijk uit, wat op zwaardere gronden niet het geval is. 
Toch is dit element het belangrijkste om bij onze plant stevige bladeren maar vooral stevige en goed rijpende en smakende vruchten te bekomen.

Stikstof:
In tegenstelling tot bij de kweek van onze prei of kolen moeten we bij aardbei spaarzaam omspringen met het gebruik van stikstof. Teveel stikstof veroorzaakt een overmatige bladgroei met kleinere vruchten die slecht rijpen als gevolg.


Het planten:

Plantafstand: 
We streven voor een aardbeiteelt in volle grond, naar 3 à 4 planten per m 2 . We planten een dubbele rij van 120 cm. De dubbele rij aardbeien hebben een  onderlinge afstand van 60cm. De afstand tussen de twee buitenste rijen van twee bedden is 90 cm. De afstand in de rij is 33cm.

Indien we voldoende ruimte hebben kunne we ook het éénrijig systeem toepassen.. Daarbij planten we in de rij op slechts 25 cm en tussen de rijen op 90 cm. 

Plantdatum: 
Een goede plantdatum ligt tussen 10 en 20 augustus. Het ras 'Gorella' planten we liefst voor 15 augustus. Het ras 'Elsanta' kunnen we uitstellen tot 20 augustus. 

De regel is: hoe groeikrachtiger het ras, hoe later we kunnen planten.

Te vroeg planten kan een te fel gewas geven in het voorjaar. Te laat planten geeft duidelijk minder bloemen in het voorjaar. 

Plantwijze: 
Het is heel belangrijk bij aardbeien dat het hart van de plant zich boven de grond bevindt! Zoniet is er een zeer slechte weggroei. We drukken de plant goed aan en gieten aan met water onmiddellijk na het planten.


We zorgen voor vers plantmateriaal en laten de wortels niet uitdrogen. Het planten gebeurt liefst bij bewolkt weer of ‘s avonds. De eerste dagen na het planten moeten de planten enkele keren per dag nat gemaakt worden, zeker bij warm en zonnig weer. Op die manier blijft het blad koel. Het afdekken met krantenpapier is ook een goede maatregel! Na een week zien we de eerste nieuwe, witte worteltjes verschijnen en daarna zien we ook de eerste hartblaadjes uitgroeien. Dan zijn onze aardbeien goed vertrokken. 

Ziekteverschijnselen bij aardbeien 
De belangrijkste probleemschimmels in de aardbeienteelt:

Colletotrichum : De omhoog gekrulde blaadjes zijn het eerste symptoom. In een latere fase worden ovaalvormige bruin tot zwarte vlekken waargenomen. Aantasting komt ook voor op rijpe vruchten, er ontstaan dan bruine tot zwarte ingezonken plekken. 
Grauwe schimmel : Infectie ontstaat in de bloei, wanneer de bloemblaadjes er afvallen. Via deze wonden komt de schimmel in de bloem binnen. In een later stadium gaan de vruchten onder warme en vochtige omstandigheden rotten.

Kelk-en steelrot : Vruchten verdrogen of gaan tot rotting over. 
Schimmelpluis ontbreekt. 
Meeldauw : Een geknepen bladstand wijst op een beginnende aantasting van echte meeldauw. Later zijn de bladeren aan de onderzijde (bij een grote aantasting ook aan de bovenkant) bedekt met wit schimmelpluis. Bij lage luchtvochtigheid vindt een snelle verspreiding van meeldauw plaats. 
Roodwortelrot : De planten verminderen in groei en worden dofgroen. Een aangetaste plant vormt geen of weinig bloemen en vruchtjes drogen uit. Bij het doorsnijden van de wortels kan men zien dat de binnenkant van de wortel rood is verkleurd. 
Spint : Spint is een aantasting die wordt veroorzaakt door spintmijten. De mijten spinnen “matjes” aan de onderzijde van het blad. Ze voeden zich door bladcellen leeg te zuigen en hierdoor ontstaan bruine vlekjes in het blad. Zitten er veel mijten aan de onderzijde van het blad, dan wordt dit verwoest en verdort. De beste, preventieve maatregelen zijn een gezond gewas planten en dat gezond gehouden wordt door de juiste cultuur.

Stengelbasisrot : Bij overlangs doorsnijden van het rhizoom treffen we een bruine verkleuring aan. Het ziekteproces kan snel verlopen. De planten verwelken en sterven af. 
Verwelkingsziekte : Aangetaste planten blijven in groei achter. Op warme dagen gaan de planten slap hangen, de buitenste bladeren het eerst. De bladeren van die planten zijn rood-bruin tot geel-groen van kleur. Meestal worden de symptomen kort voor de oogst pas zichtbaar. In warme nazomers kan bij het ras Elsanta al een aantasting in oktober worden waargenomen. Aangetaste planten geven kleine en verdroogde vruchten. In vermeerderingsvelden moet de moederplant inclusief uitlopers verwijderd worden.

 

Overwintering: 
Zoals na de afgelopen winter zal blijken zijn aardbeien wel degelijk gevoelig voor vorst. Dit zal zich vooral uiten tijdens de bloei en vruchtvorming, waarbij waarschijnlijk veel planten zullen verwelken of op zijn minst achterblijven in groei. 
Snij maar eens een overwinterde plant middendoor: u merkt bruine vaatbundels! 
Daarom: Bij strenge en aanhoudende vorst moeten aardbeien afgedekt worden, dan drogen ze minder snel uit door de vrieskou en worden de vaatbundels niet bruin.

Voorjaar:
Na de hergroei ruimen we oude en bruine bladeren op en gieten we voor een tweede maal aan met het hiervoor vermelde product. 

Water geven
Vanaf de bloei is het goed als we water kunnen geven. Water is er vooral nodig vanaf de bloei en tijdens de vruchtengroei. 

Bijbemesting: Samen met het water is het ideaal als we meststoffen meegeven. Neem daarvoor een Kaliumrijke, oplosbare meststof (bv. 12-12-24) en gebruik daarvan één gram meststof per liter water.

Stro
Strobedekking brengen we aan tussen de planten en onder de vruchten van het einde van de bloei. Op die manier blijven onze vruchten proper. Het is belangrijk het stro niet te vroeg aan te brengen, anders is er meer gevaar op bevriezing van de bloemen door late nachtvorst. De grond kan namelijk geen warmte meer afgeven. 

Vruchtrot
Als het tijdens de bloei heel veel regent is een groot probleem bij de aardbeien de Botrytis of vruchtrot. De vruchtrot ontstaat tijdens de bloei, vandaar dat ook dan moet behandeld worden. Een kenmerk van vruchtrot is de typische grijze schimmelpluis. 

Jaaroverzicht aardbeien 
Dat wij ieder jaar in juni naar hartelust aardbeien kunnen eten vinden wij meer dan normaal. Want als ze bloeien begin mei, dan kunnen wij toch aardbeien oogsten einde juni, of niet soms? 
Toch begint de vorming van deze bloemen bijna een jaar vooraf! 
Doordat wij de laatste jaren meer inzicht verkregen hebben groei,- en bloeifysiologie werd het ook mogelijk om aardbeien te verlaten en aldus ook nog aardbeien te oogsten in de maanden juli tot en met december. Door het afdekken of het kweken van aardbeien onder glas of plastiektunnels kunnen wij ook aardbeien oogsten vanaf maart tot en met mei. 

Kortom het is door vervroeging of verlating van de aardbeiplanten mogelijk om aardbeien te oogsten vanaf begin maart tot eind december. 

Om de fysiologie van de aardbeien beter te begrijpen overlopen we even het normale groeiseizoen van de aardbeien. Door dit groeiseizoen na te bootsen op verschillende manieren kunnen we dan ervoor zorgen dat we bijna het jaarrond aardbeien kunnen oogsten. 

Om de cyclus goed te begrijpen starten we in augustus van het jaar voorafgaand aan de oogst.

Augustus is immers traditioneel de plantmaand voor aardbeien en dit heeft zo zijn redenen. 
Planten die van de moederplant afgenomen werden en al wat wortels hebben worden dan buiten opgeplant. 

Augustus, bloemvorming:

Omstreeks half augustus volstrekt er zich een belangrijke fase : doordat de dagen korter worden wordt de bloemvorming bij de aardbeiplant geïnduceerd . Dat wil dus zeggen dat de plant geprikkeld wordt om bloemen te gaan aanleggen. 
De eigenlijke aanleg van de bloemen bij de aardbeiplant gebeurt dan in de maanden september, oktober en november. Wat de klimaatsomstandigheden dan zijn speelt eigenlijk geen enkele rol. Het is vooral de prikkel van de korter wordende dagen die nodig is. 
Eveneens in dezelfde periode vertoont de plant zelf een geremde groei , dit wil zeggen, een groei waarbij de plant bijna geen uitlopers meer vormt en de bladeren die er nog bijkomen zijn ook kort en gedrongen, men spreekt van een rozetvormige groei. 

De aanleg van de bloemen gebeurt inwendig in de plant , enkel als je de plant zou doorsnijden en de plant onder de microscoop zou bekijken, dan zie je de inwendige bloempjes. 

Rustperiode
Vanaf november, december als de temperaturen lager worden stopt de bloemaanleg en gaat de plant in volledige rust . Dan is er ook geen bladgroei meer. Bemerk dat de bladeren van de plant tijdens de winter wel groen blijven, behalve als er een zeer strenge winter komt opzetten. Dan vriezen de bladeren wat bruin, maar op zich is dat eigenlijk geen probleem. 
Bemerk dat de productie van de aardbeien al bepaald is voor de winter, want het aantal bloemen is reeds bepaald in de maand november. 
Besluit: 
In het najaar gaat de plant over naar de geremde groei en worden de bloemen inwendig gevormd. 

Koude
Na de winter, als de de eerste warmte zich aandient, zo vanaf maart begint de plant bladgroei te vertonen en een weinige tijd later zullen ook de bloemstengels uitgroeien. Bemerk dat als de plant te weinig koude gehad heeft, zoals dit wel eens kan voorkomen bij de teelten onder glas of plastiek de bloemstengels en de
bladstengels te kort zullen zijn. Ook de bloemkwaliteit zal slechter zijn. 

Op deze foto zie je duidelijk het verschil : links een plant die koud overwinterd werd, rechts een plant die in een serre overwintert bij een minimumtemperatuur van 11°C.  De rechtse plant blijft veel korter, zowel de bladeren als de bloemstengels. De bloemen zijn ook van een mindere kwaliteit. 
De lagere temperaturen tijdens de winter zijn nodig om een voldoende bloem,- en plantstrekking te bekomen . 
Maar: uit proeven is gebleken dat een zeker tekort aan koude kan opgevangen worden door het maken van een lange dagbehandeling. Dit wordt dan ook veel toegepast bij tuinders, die professioneel aardbeien onder glas kweken. 

Vanaf de maand mei is er dan de bloei
Dan worden de dagen ook langer en zien we dat de planten gemakkelijk overgaan tot de vorming van uitlopers, dit zijn ranken die aan de planten groeien waar nieuwe plantjes aan groeien. 
Deze uitlopervorming gaat nog verder tot en met de maand juli. 

Daarna zien we de groei van de planten geleidelijk aan vertragen, worden de dagen korter en is opnieuw het moment aangebroken om bloemen te gaan aanleggen, inwendig wel te verstaan. 
Aardbei heeft de prikkel overgang korte -lange dag nodig om gestimuleerd te worden tot uitlopervorming. 

Tabel : 
De groei en bloei bij het normale verloop van een 
aardbeiteelt:

maand

groei

bloei

15 augustus

de plant gaat over naar geremde groei

door de korter wordende dagen start de aanleg van de bloemen voor het volgende seizoen

september

geremde groei : de plant groeit nog maar rozetvormig. 
de bladeren blijven zeer dicht op elkaar en groeien langs de grond.

inwendige bloemaanleg: 
hier worden de bloemen aangemaakt die in het voorjaar zullen bloeien.

oktober

geremde groei

inwendige bloemaanleg

november

geremde groei

inwendige bloemaanleg

december

de plant gaat in volledige rust

de bloemaanleg is gestopt

januari

rust

rust

februari

rust

rust

maart

rust

rust

april

de hergroei van de bladeren start

de bloemstengels worden zichtbaar

mei

verdere groei

bloei

juni

er worden uitlopers gevormd onder invloed van de langer wordende dagen

bloei en oogst

juli

er worden verder uitlopers gevormd en de uitlopers gaan ook wortels aanmaken als ze op de grond liggen

einde oogst

 

Soorten aardbeien 
In de tuincentra en bij plantenkwekers worden meestal twee soorten aardbeiplanten aangeboden: doordragende- en eenmaal dragende aardbeiplanten. 
Voor de volkstuinder zal een doordragend ras het meest ideaal zijn. Het voordeel is dat deze plant continu en geleidelijk zijn vruchten draagt. Dit gaat zolang door tot de eerste nachtvorsten in het najaar beginnen. Wel moet een doordrager meer verzorgd worden als een eenmaal dragend ras. Een doordrager heeft als eigenschap in de zomer erg veel trossen te geven wat daardoor kleine aardbeien oplevert. Het is dus noodzakelijk om meerdere keren in deze teelt enkele trossen af te knippen, of beter nog de laatst gevormde bloempjes van een tros, deze blijven altijd klein. 
Door de trossnoei heeft de plant minder aardbeien, maar wel groter en kwalitatief beter. Men kan doordragers het best maar een jaar aan te houden, omdat de maat en het gewicht van de oogst in het tweede jaar veel minder is.

Eenmaal dragende rassen worden veel in de professionele teelt gebruikt maar dragen maar 1 keer met veel aardbeien tegelijk. In tegenstelling tot een doordrager, mogen uit deze plant geen trossen geknipt worden. 

Doordragende (Remontante)rassen:

Ostara 
Vruchten hebben een goede, frisse smaak en zijn middelgroot tot groot. Geeft in het tweede jaar goede opbrengst

Rabunda 
Een matige groeier met grote opbrengst. Vruchten zijn lichtroze en middelgroot. Geeft in het tweede jaar een redelijke oogst. 
Vermeerdering door deling. 

Eenmaaldragende rassen: 
Bogota 

Een plant met een grote opbrengst. De vruchten zijn aromatisch, oranje-rood van kleur en middelgroot. Late soort. 
Brombach
Dit kwetsbare ras is zeer donker, bijna zwart van kleur. De volle warme smaak doet aan rijpe kersen denken.
Cambridge Vigour 
Uitstekende smaak met helderode en grote vruchten. Grote vruchten vooral aan eenjarige planten met een goede opbrengst.

Vroege soorten.
Corona 
Dit ras zou wel eens commerciële waarde kunnen hebben. De vruchten zijn stevig, als eieren zo groot, en hebben "de smaak van vroeger".

Darselect 
Dit is een vrij nieuwe variëteit met Elsanta als één van de kruisingsouders. Darselect heeft een iets doffere en donkerdere huid dan Elsanta, maar de heerlijke smaak geeft deze vroege aardbei toch een troef.

Deuts Evern 
Dit is een oud soort, maar het aanplanten wel waard. Heerlijk zoet van smaak en daar gaat het om. Geeft vroeg vruchten. 

Elsanta 
Elsanta is de topper van het aardbeienassortiment. Het is een mooie kegelvormige vrucht met een rood glanzende huid. Zoet van smaak en een fijn aroma. Elsanta zorgt ook voor het grootste gedeelte van de aanvoer. De stevigheid van deze aardbei ligt aan de basis van het grote succes van de export.

Frau Mieze Schindler
Hoewel dit donkerkleurige ras nauwelijks opbrengst geeft, is het een interessante aardbei. De smaak is typisch framboosachtig. Vandaar dat hij ook wel "frambozenaardbei" wordt genoemd. De geur doet denken aan witloof.  Draagt lang.

Gorella en Senga Sengana 
Beide rassen hebben een goede smaak en met roodachtig vruchtvlees. Glanzende, fraaie vruchten met een goede opbrengst. 

Half-vroege aardbeien-rassen. 

Grandee 
Deze planten hebben een zeer grote opbrengst met grote 
vruchten. De vruchten hebben een middellijn tot 7,5 cm met een matige smaak. Half vroege aardbei 
Korona 
Dit is de meest bekende soort met een redelijke smaak. Vruchten zijn groot en donkerscharlaken van kleur en sappig. Grote en regelmatige opbrengst. Middelvroege soort.

Lambada 
De vruchten zijn groot en mooi van vorm en kleur. De plant heeft echter het nadeel dat hij hoog en dicht groeit. Daardoor is er op het veld weinig ventilatie, zodat schimmels en ongedierte vrij spel hebben. De smaak is koolachtig. 

Macherauchs Frühernte 
Een vroeg ras dat weinig kans op schade door nachtvorst heeft. Wel gevoelig voor meeldauw en verwelkingsziekte.

Perle de Prague 
In het Nederlands "Pareltje van Praag" genoemd. Door zijn mooie smaak trekt hij veel slakjes aan. Al enkele uren na de oogst is het confiture. De smaak doet denken aan kiwi.  

Redgauntlet 
Ook dit is een bekende soort. Vruchten zijn groot , scharlaken van kleur en redelijk van smaak. Geeft een grote opbrengst. Geeft in de herfsteen tweede oogst als hij in het voorjaar vervroegd is. Vrij resistent tegen rode-kernziekte. 

Middelvroege soort.

Selva 
Selva is een meer afgeplatte kegelvormige vrucht met goede smaak en heerlijk aroma. Deze latere variëteit is volop beschikbaar vanaf half juli.

Tago
Geeft grote en ronde vruchten met een goede smaak. Kleur van de vruchten is donkerrood. Smaak is fris zuur. Grote opbrengst. Hoge en sterke plant. Late soort.

Talisman 
Dit is een late aardbei en de vruchten van dit ras smaken heerlijk. In de nazomer bloeien de planten niet zelden voor een tweede maal.

Tamella 
Half-vroege aardbei met zeer grote opbrengst. De vruchten smaken matig , zijn groot en donkerrood. Het vruchtvlees is oranje. 

Threestar 
Heeft een onregelmatige vruchtvorm en weinig neus, maar inwendig is hij zeer  consistent. De zaadzetting is inwendig en fijn. De smaak is zoet-acide.

Threestar 
Heeft een onregelmatige vruchtvorm en weinig neus, maar inwendig is hij zeer  consistent. De zaadzetting is inwendig en fijn. De smaak is zoet-acide. Dit lijkt ons een aardbei waar kinderen van houden.  

Wädenswille nr. 9 
De vruchten zijn onregelmatig van vorm. Zowel de geur als de smaak zijn van nootmuskaatachtige kruidigheid. Van ons kreeg dit ras de hoogste score.  

.  


Vermeerdering 
Niet doordragende soorten 
Aardbeien vermeerdert men gemakkelijk van uitlopers die de ouderplant gaat maken, zodra de oogst op zijn eind loopt.Het doel is goed bewortelde uitlopers te skrijgen om vroeg te planten. Dit bereikt men door de sterkste uitlopers vast te zetten , zodat ze een goed contact hebben met de grond. In juni of juli zoekt 



men gezonde ouderplanten uit, d ie goed heben gedragen. 
Van elk kiest men vier of vijf zware uitlopers . Zet ze in de vochtige grond of liever in ca 7,5 cm potten die gelijk met de grond in de tuin zijn ingegraven. In de pot gekweekste uitlopers zijn het best , omdat ze gemakkelijk zijn te verplanten. Vul de potjes met potgrond of compost op turfbasis. Zet dicht bij het jonge plantje vast, maar maak het nu nog niet los van de ouderplant. Voor het vastzetten gebruikt men 10 cm lange stukjes U-vormig gebogen ijzerdraad. Uitgebogen paperclips zijn prima te gebruiken. Na vier of zes weken moeten er goede wortels zijn. Snijd de planten los van de ouders en plant ze over in het nieuwe bed. Houd ze vochtig.


Doordragende soorten

Doordragers hebben de eigenschap de gehele zomer door in golven vruchten te dragen, tot er een eind komt door de vorst.



Sommige doordragende aarbeien geven uitlopers en worden gewoon vermeerderd, net als de zomerdragende. Andere rassen geven geen uitlopers en moeten gescheurd worden.

Men gaat als volgt te werk: 
Graaf eind van augustus tot begin september een volwassen plant uit en breek de nieuwe harten of knoppen er met zo veel mogelijk wortels uit. Breng ze naar het nieuwe aardbeienbed en plant ze direct op de gewone manier. Plant de harten niet te diep, anders verrotten ze. 




Gezondheid en aardbeien
Aardbeien en blauwe bosbessen worden door wetenschappers tot het gezondste fruit gerekend. 
Ze zijn heel rijk aan biostoffen, die de lichaamscellen beschermen tegen ouderdom en schade door vrije radicalen. Ze maken het bindweefsel steviger en voorkomen cellulites.

Zonder suiker en slagroom zijn aardbeien geen bedreiging voor de lijn: 
500 Gram aardbeien bevatten slechts 180 calorieën.

 

Aardbeien reinigen darmen en bloed. Daarom adviseren voedingsdeskundigen een aadbeienkuur.

Informatie uit: 
http:// www.saisonnier.nl