Spitten



Van alle grondbewerkingen is spitten wel de meest ingrijpende, omdat het de
grond verstoord tot op een grote diepte. Het wordt jaarlijks uitgevoerd in
moestuinen en in idere tuin die moet worden aangelegd.
Als regel geldt dat spitten het best in de herfst en winter kan worden
uitgevoerd, zodat vorst, wind, sneeuw en regen op de grond kunnen inwerken
en deze aan het eind van de winter kruimelig is geworden.

Vooral kleigronden moeten voor de winter worden gespit. Spit nooit
zeer natte gronden. Het spitten is dan moeilijk en de structuur van de
grond wordt grote schade aangedaan.

Er zijn een aantal vormen van spitten t.w. een steek-, twee steek en
driesteek diepspitten. Op deze vormen of methoden zijn weer variaties bekend,
maar we houden het bij de basis regels.
Onder diepspitten wordt verstaan alles wat dieper dan 20 a 25 cm gaat.

Welke vorm van spitten is voor uw tuin van toepassing?
Een kort antwoord is dat dit afhankelijk is van de conditie van de
tuingrond.
Een steek diepspitten is de meest bekende en toegepast methode van spitten.
Het is een goede diepte voor de meeste gronden en de ondergrond wordt
niet boven gespit, wat structuurbederf en bouwvoor voorkomt.
Als u de grond een steek diep spit, dan wordt de grond de diepte van
een spadeblad doorgewerkt.
Twee steek diepspitten wordt toegepast bij tuinen die last hebben van
een harde, ondoordringbare laag. De waterdoorlaatbaarheid en het in de
grond dringen van wortels wordt in ieder geval verbeterd.
Drie steek diepspitten wordt meestal toegepast als er in de grond puin
of ander afval wordt aangetroffen. Men kan het beste eerst twee of
drie diepe putten graven op diverse plaatsen, om te zien wat de
structuur van de grond is en hoeverre deze eventueel puin of ander afval bevat.
Afhankelijk van deze “diagnose” bepaalt men welke methode van
spitten gebruikt gaat worden.

Spit verstandig
Het vak spitten is iets dat alleen geleerd kan worden door het zelf te doen,
maar er zijn enige basisprincipes die voorkomen, dat de beginnende tuinier
zijn rug met het spitten zal “verzieken”.
Ten eerste : houd de spade een beetje schuin, zodat deze niet zo diep in
de grond dringt. Til de aarde niet hoger op dan noodzakelijk.
Steek zware grond eerst af en zeker als er veel wortels inzitten.
Ten tweede : spit regelmatig. Het is beter om elke dag een klein stukje
te spitten dan u te forceren door de hele tuin in een dag om te spitten.
Tot slot : spit alleen als het werkbaar weer is, dus niet als er sneeuw op
het land ligt of de grond hard bevroeren is. Daarnaast mag de aarde niet te
nat zijn. Het maakt het spitten alleen maar nodeloos zwaar.

Een steek diepspitten
Dit is de meest bekende en toegepast methode van spitten. Het is een goede
diepte voor de meeste gronden en de ondergrond wordt niet boven gespit,
wat structuurbederf en bouwvoor voorkomt. Als u de grond een steek diep spit,
dan wordt de grond de diepte van een spadeblad doorgewerkt.


Begin met het maken van een voor, veur of heitje. Dat zijn allerlei namen voor
een goot, die tussen het gespitte en het ongespitte land komt te liggen.
Deze voor moet ongeveer 30 a 40 cm breed zijn en moet aan een kant
van het gespitte land gemaakt wordt. De aarde uit de voor komt daar te liggen,
waar u eindigt met het spitten (deit is dan de aarde, die u nodig heeft om de voor
aan het eind van het spitten mee te vullen (a). Als de grond bemest moet worden
met stalmest, dan gooit u met de riek een laagje van deze mest nu in de voor
en zorgt ervoor dat grote kluiten mest wat fijner worden gemaakt.
Nu pakt u de spade of spitvork en begint aan de zijkant van de voor te spitten.
Steek de spade in de grond en daari deze onder het optillen om. Dan valt de
aarde onderste boven op de mest en het eventuele aanwezige onkruid
is dan ook gelijk begraven (b). Wortelonkruiden zoals kweekgras, riet
of akkerwinde mogen niet ondergespit worden, maar zullen verwijderd moeten worden.

Zo werkt u de gehele breedte van de voor af en u zult merken dat er een
nieuwe voor is ontstaan (c). Deze voor kunt u weer benutten om mest in
te brengen . En zo herhaalt u deze handelingen keer op keer (d).
Moet u een groot stuk land spitten, dan is het verstandig dat u dit land
in stroken verdeeld van 3-5 m breed. Dit werkt wat plezieriger en u heeft
niet zo'n hele lange voor uit te graven.
Aan het eind van de strook kunt u meedraaien of vult u de laatste voor met
aarde, die u uit de naastgelegen strook haalt. Zo ontstaat er weer een voor
en u kunt weer gaan spsitten. Al spittend keer u terug naar uw uitgangspunt,
waar de grond klaar ligt om de voor op te vullen.



Twee steek diepspitten
Met twee steek diepspitten bereikt men een diepte van 40 a 50 cm.
Het is natuurlijk afhankelijk van de bladhoogte van de spade.
Men begint met een voor te graven van ca 40 cm breedte en in plaats van de
tweede steek ook uit te graven, wordt deze ter plaatste gekeerd.
Bij het diepspitten worden de kanten van de voren loodrecht afgestoken met de spade.



De bovenstaande tekening spreekt verder voor zichzelf.
Aan het einde van de strook, geldt hetzelfde als voor een steek diepspitten.
Men kan meedraaien of de strook afmaken.

Drie steek diepspitten
Met deze methode kan men een diepte bereiken van 60 a 70 cm. Laten we eens kijken hoe dat gebeurt.

Spit een greppel/voor uit van ongeveer 40 cm breedte en een steek diep.
Vervolgens de tweede stek. Leg zowel de eerste als de tweede naast de voor/greppel.
De derde steek wordt niet uitgegraven, maar ter plaatste omgelegd. Schep
nu de volgende greppel/voor in de eerste, zodat regelmatig de grond
overgeplaatst wordt in de vorige voor. Zeer eenvoudig, als men het maar weet.